Michael Ontwerpen van het heden voelen vaak alsof de kopieermachine is gebruikt om bepaalde zaken te herhalen, of om symmetrie aan te brengen in het ontwerp. Hoewel de tijd van het echte stempelen wel achter ons ligt (De Vliegende Hollander en Assepoester zijn daarin koploper), zie het toch nog wel regelmatig terug. Net zoals we tegenwoordig overal te pas en te onpas de “Efteling krul” cadeau bij krijgen.
Ik ben niet opgeleid in design en architectuur. Maar gebouwen als Fata, Pirana en De Halve Maen passen mijn inziens beter in het thematisch pakket van de Efteling dan bijvoorbeeld Max en Moritz (had net zo goed in Hellendoorn kunnen staan) of Fabula (insert random dierentuin). En soms pakt een ontwerp wel goed uit (Het Grand Hotel [buiten de gekozen bouwwijze] en de Baron zijn gewoon heel goed). Het is wat ik al eerder schreef. Soms is het raak, soms is het ronduit briljant en soms stelt het teleur. En als iemand die graag het beste in het park ziet en krijgt vind ik die inconsistentie jammer.
Dit is overigens niet iets waar alleen de Efteling mee worstelt. Ook bij Disney zie je steeds vaker een vorm van “same-same”: herhaling van bestaande IP-werelden, bekende attractieconcepten en thematische trucjes die we inmiddels meerdere keren hebben gezien. Niet per se slechte ontwerpen, maar vaak wel veilige investeringen waarbij de echte vernieuwingsdrang minder zichtbaar is.
De Efteling heeft gelukkig nog relatief weinig gebruikgemaakt van externe IP’s. Tegelijkertijd is het park zelf inmiddels een soort IP geworden. De herkenbare elementen die ooit zijn gecreëerd door mensen als Anton Pieck en Ton van de Ven zijn onderdeel geworden van de merkidentiteit. Dat is natuurlijk waardevol, maar het gevaar ontstaat wanneer die elementen te vaak en te letterlijk worden herhaald.
De kracht van de ontwerpen van Pieck en Van de Ven zat namelijk niet alleen in de herkenbare vormentaal. Natuurlijk was er een duidelijke signatuur: een zorgvuldig afgestemd kleurgebruik, vaak met gedempte en gemengde tinten, een bepaalde soberheid en weinig behoefte aan extreme visuele uitschieters. Daardoor ontstond een sterke harmonie binnen het park.
Maar de echte kwaliteit zat volgens mij op een hoger ontwerpniveau. Het ging om waarden als eenvoud, ingetogenheid, authenticiteit en het vermogen om met relatief weinig middelen een grote sfeer en emotie neer te zetten. Dat zijn geen losse stijlkenmerken die je kunt kopiëren, maar ontwerpprincipes die telkens opnieuw toegepast kunnen worden.
Daar zit voor mij ook het verschil tussen werken met stijl en werken naar een stijltje. De oude ontwerpen voelen niet Eftelings omdat ze een lijstje met vaste elementen afvinken, maar omdat ze vanuit dezelfde manier van denken zijn ontstaan. Wanneer je alleen de uiterlijke kenmerken herhaalt (de krul, bepaalde kleuren, vormen of decoratieve details) loop je het risico dat je de verpakking kopieert zonder de oorspronkelijke ontwerpgedachte te behouden.
De uitdaging voor de toekomst lijkt mij daarom niet om steeds opnieuw dezelfde Efteling-taal te spreken, maar om nieuwe ontwerpen te maken vanuit dezelfde onderliggende waarden. Want juist daarin zat volgens mij de kracht van het park: niet een vaste stijl, maar een consistente manier van ontwerpen.