De Efteling is een prachtig park dat internationaal steeds meer opvalt. Het trekt bezoekers vanuit alle hoeken van de wereld aan en weet zich daarmee steeds nadrukkelijker op de internationale markt te positioneren. Het huidige ontwerpteam speelt daar wat mij betreft een belangrijke rol in.
Attracties als Symbolica, Danse Macabre en Baron worden door internationale bezoekers enorm gewaardeerd. Maar ook de oudere klassiekers, zoals Fata Morgana, Droomvlucht en De Vliegende Hollander, blijken nog altijd razend populair te zijn bij deze nieuwe, internationale doelgroep. Dat zegt veel over de kracht en de kwaliteit van de Efteling.
Toch ligt voor mij daar ook meteen een belangrijk knelpunt. Ik heb soms het gevoel dat de Efteling nog nét iets te kneuterig en te voorzichtig durft te zijn. Met ‘kneuterig’ bedoel ik absoluut niet dat het park zijn eigen identiteit moet verliezen. Juist die eigen identiteit maakt de Efteling zo bijzonder. Maar ik mis bij sommige nieuwe ontwikkelingen nog een bepaalde ambitie om écht iets te doen wat we nog niet eerder hebben gezien.
Natuurlijk kan dat ook te maken hebben met budgetten en de keuzes die binnen de organisatie worden gemaakt. Maar nu de Efteling wereldwijd steeds bekender wordt, denk ik dat het moment is aangebroken om daar nog veel nadrukkelijker op voort te bouwen.
Waarom zou de Efteling niet verder investeren in het huidige ontwerpteam, maar tegelijkertijd ook nieuwe specialisten aantrekken? Mensen met ervaring bij grote internationale themaparken, die gewend zijn om op een veel grotere schaal te denken en projecten te ontwikkelen die wereldwijd indruk maken. Dat hoeft niet te betekenen dat de Efteling haar eigen stijl moet loslaten. Integendeel: juist de combinatie van internationale expertise en de unieke Efteling-identiteit zou enorm interessant kunnen zijn.
Daarnaast denk ik dat de Efteling zichzelf meer ruimte mag geven als het gaat om budgetten. Als je daadwerkelijk wilt blijven concurreren met de beste themaparken ter wereld, moet je uiteindelijk ook bereid zijn om daarin te investeren.
De Efteling heeft namelijk iets wat veel andere parken niet hebben: een compleet eigen identiteit, een enorme hoeveelheid rijke verhalen en een geschiedenis waar wereldwijd steeds meer belangstelling voor ontstaat. Dat is een enorme kracht. Maar juist daarom vind ik dat de Efteling nu de kans heeft om groter te gaan denken.
Niet door een tweede Disney of Universal te worden, maar door de beste versie van de Efteling te worden.
Ik denk dat we als fans inmiddels wel klaar zijn voor projecten die ons écht verrassen. Projecten waarvan je denkt: dit had ik totaal niet verwacht van de Efteling.
De internationale belangstelling groeit, de concurrentie wordt sterker en de verwachtingen van bezoekers veranderen. Als de Efteling haar positie tussen de beste parken ter wereld verder wil versterken, is het misschien tijd om iets meer risico te nemen, grotere ambities te tonen en vooral: out of the box te durven denken.
Want laten we eerlijk zijn: de Efteling doet absoluut niet onder voor de beste parken ter wereld. Misschien wordt het nu gewoon tijd dat de Efteling daar zelf ook steeds meer naar gaat handelen.