Michel Den Dulks antwoord op de vraag 'Wat is volgens jou Eftelings' in Kleine Boodschap aflevering 233.
Tsja, wat is Eftelings? Die vraag die Eftelingfans al eeuwenlang bezighoudt… En daar zijn natuurlijk heel veel antwoorden op te geven. En daar zijn ook al heel veel antwoorden op gegeven, op wat nou precies Eftelings is. Het is eigenlijk maar net hoe je naar de Efteling kijkt, dat je het antwoord een beetje kunt sturen zodat het in je straatje past. Het is ook niet aan mij om te zeggen ‘dit is nou precies Eftelings’, maar ik heb daar voor mezelf natuurlijk wel gedachtes over. Het hangt ook een beetje af van hoe je naar de vraag kijkt. Je kan natuurlijk zeggen ‘wat is Eftelings’, in de ruime zin des woords. Marketeers zullen het vaak op die manier bekijken en dan krijg je antwoorden als ‘bos’, ‘familiair’, ‘kindvriendelijk’, ‘eekhoorntjes’, ‘rustgevend’; dat soort termen. Maar je kunt het ook puur ontwerptechnisch bekijken en ik zal het in dit geval op die manier analyseren.
Als je puur ontwerptechnisch naar de Efteling kijkt, dan is naar mijn mening het Anton Pieckeriaanse handschrift, waarmee de Efteling begonnen is, Eftelings. Er zijn heel veel mensen, ook toen ik bij de Efteling zat, die zeggen dat dat te smal is. En ik snap die gedachtegang wel. Maar je kunt het ook puur, bijna wetenschappelijk gaat bekijken, zoals een kunsthistoricus naar kunst kijkt en zo kan detecteren wat een Vermeer is, wat gemaakt is door een leerling van Vermeer en wat gemaakt is door een compleet andere schilder. Als je zo naar de Efteling kijkt, dan kun je een patroon herkennen. De Efteling is natuurlijk begonnen met een heel eigen signatuur door Anton Pieck te vragen als de hoofdontwerper voor het Sprookjesbos. Hoe iets door Anton Pieck getekend werd en de kleurstellingen die hij daar bij gebruikte, zo werd het uitgevoerd in het park. Daarom zit die signatuur ook in het park, omdat het uitgevoerd is zoals Anton Pieck het op papier heeft gezet. Aan het begin nog wat provisorisch, maar het zat er altijd al in. Later is Ton van de Ven bij de Efteling gekomen en die heeft ervoor gekozen om die signatuur door te zetten. Hij heeft het palet uitgebreid, maar altijd met de signatuur die hij van Anton Pieck over heeft genomen: de bekende ‘hand van Anton Pieck’.
Als je naar de historie van de Efteling kijkt en je zoekt naar wat het eerste is dat buiten die signatuur is gebouwd, dan moet je heel wat jaren door de geschiedenis gaan voordat je iets tegenkomt. De Efteling is geopend in 1952. Naar mijn mening is het eerste dat echt buiten de boot valt Carnaval Festival in 1984. Nou hoor ik misschien mensen zeggen: ‘ja maar, de Python valt toch ook buiten de boot?’ Dan is mijn antwoord: de Python is niet gethematiseerd, maar als je kijkt naar de dingen die wél ontworpen zijn voor de Python destijds, dan zijn die in het handschrift van Anton Pieck getekend, zoals bijvoorbeeld het logo. Het logo is destijds door Ton van de Ven getekend; het had zo’n gekrulde slang en de oorspronkelijke tekening, de kleurstellingen van de slang en de kleurstellingen van de belettering zijn in het handschrift van Ton en daarmee het handschrift van Anton Pieck getekend. Ook had het station, hoewel het verre van gethematiseerd was – het was en is nog steeds een heel eenvoudig glazen hok – daklijsten met een pieckgroene kleur, met misschien een pieckrood randje. Er stonden kleine, van die typisch Eftelingse ornamentjes op de daklijsten en die hadden ook die kleuren. Dus wát er was, dat was heel erg minimaal, maar wat er was, was met die signatuur weergegeven. Natuurlijk had de Python niks met het Sprookjesbos enzo, maar als je puur kijkt naar wat er is ontworpen dat bij de attractie hoort en welke signatuur dat draagt, dan is dat gewoon de hand van Anton Pieck.
Ook bij de Bob. Het oorspronkelijke station van de Bob was minimalistisch natuurlijk. Maar de schilderingen die om de ramen zaten, waren niet echt Oostenrijks: die hadden toch duidelijk de Anton Pieck-signatuur. Carnaval Festival was duidelijk een eerste stap in een andere richting als het gaat om hoe dingen er visueel uitzien. Dus dan heb je het over een hele lange periode van de opening van het park tot de eerste uitstap. Later zijn er meer dingen bijgekomen die ook een uitstap zijn.
Als je op die manier naar de Efteling kijkt, dan is er heel duidelijk een signatuur waarvan je kunt zeggen: ‘Dat is écht Eftelings, dat is wat het park bijzonder maakt’. Het zijn ook niet de attracties. De Efteling heeft eigenlijk, op Droomvlucht na, geen bijzondere attracties. Droomvlucht is het enige transportsysteem dat speciaal voor de Efteling is gemaakt; er is geen directe kopie van. Je hebt de Vliegende Hollander in principe ook, maar in mindere mate: dat had achteraf gezien een ander transportsysteem moeten zijn, want ongemakkelijke gniffel dan had het misschien wat beter gewerkt. Met Villa Volta was de Efteling de eerste die iets op die manier engineerde, maar dat is daarna heel vaak gekopieerd. Dus kun je achteraf zeggen dat het enige dat Villa Volta uniek maakt van die andere attracties de manier is waarop de Efteling het heeft vormgegeven. Dus het is de uitstraling van de Efteling door de jaren heen die de Efteling bijzonder en uniek maakt in de wereld. Het zijn niet zozeer de type attracties de ze hebben aangeschaft, maar het is de signatuur.
Ik denk dat als je een kunsthistoricus door het park zou laten lopen en zou vragen “Wijs de dingen aan waarvan jij denkt dat er een signatuur aanzit, die kun je allemaal onder één deken stoppen, en de dingen waarvan jij denkt dat het er niet thuis hoort”, dan denk ik dat de meeste kunsthistorici dat wel kunnen benoemen. En omdat dat naar mijn mening als ontwerper duidelijk herkenbaar is, heb ik vroeger wel eens met verwondering te luisteren dat het ‘wat is Eftelings’ zo’n groot vraagstuk is. Omdat ik zelf altijd het idee had dat het heel helder was. Later merkte ik meer en meer dat het voor veel mensen ook heel moeilijk is om dergelijke gelijkenissen tussen attracties of stijlen te herkennen.
Vaak hoor ik ‘Fata Morgana is toch niet pieckeriaans, dat is een Arabische wereld; dat is toch geen pieckeriaans?’ Maar het gaat er niet om welk thema een attractie heeft, of dat het in Zuid-oost Azië of in Nederland of in Scandinavië plaatsvindt. Het gaat om de signatuur waarmee de attractie is ontworpen en of de attractie dan ook is gebouwd naar de richtlijnen die die signatuur aangeven. Bij Fata Morgana is dat overduidelijk het geval. Dus ja: Fata Morgana is wel degelijk in de pieckeriaanse hand vormgegeven en gebouwd. En dat heeft dus helemaal niets te maken met de kleuren aan de gevel. Dat zijn niet pieckblauw, pieckgeel en pieckrood. Maar Anton Pieck heeft ook andere kleuren gebruikt dan pieckblauw, pieckrood en pieckgeel: als je zijn illustraties bekijkt, dan zijn er die ook felle kleuren hebben. Naar mijn mening is de Anton Pieckeriaanse stijl onmiskenbaar de hoofdstijl van de Efteling.
Nu maakt de Efteling natuurlijk zelf de keus hoe dichtbij of hoe losjes die stijl wordt geïnterpreteerd bij nieuwe ontwikkelingen. Maar als je puur inhoudelijk kijkt naar de vraag ‘wat is typisch Eftelings’, dan is naar mijn mening de Anton Pieckstijl onmiskenbaar uniek voor de Efteling. Ook dingen als het bos, dat hoort erg bij de Efteling ja, maar 100% uniek is dat ook niet, want er zijn ook andere parken die heel mooi in bebost gebied liggen. Maar de Anton Pieckstijl is nergens anders te vinden. Zo heb ik er eigenlijk altijd naar gekeken.
Toen ik bij de Efteling zat waren er heel veel andere meningen en vonden heel veel mensen die mijn kijk te bekrompen vonden om naar de Efteling te kijken, maar voor mezelf was het altijd heel helder. Misschien was dat ook omdat ik goed overweg kon met Ton van de Ven. Hij heeft er vrijwel altijd voor gekozen om zijn projecten in de Anton Pieckstijl te realiseren. En binnen die stijl – wat ik herken als die stijl – heeft vooral Ton een enorme variëteit aan projecten gerealiseerd. Iets als Villa Volta is niet te vergelijken met het Volk van Laaf of Fata Morgana, en toch valt het allemaal onder dezelfde noemer.!<